Kinderopvang natuurlijk

headerfoto_3.png

Het is de titel van het laatste artikel van Marilse Erkens in de Correspondent. Zij toont aan dat kinderen baat hebben bij een veilige hechting. Een diepe emotionele band met een opvoeder, leraar of coach. Hoe krijgen ze deze? In ieder geval niet wanneer er geen aandacht is voor hun gevoelens volgens de auteur.

 

Het boek waarop de in kinderopvang gespecialiseerde correspondente haar verhaal baseert heet 'Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding.' Dit werd in 2011 gepubliceerd door de Utrechtse pedagogiekhoogleraar Micha de Winter. Volgens hem geloven we niet meer in de maakbaarheid van de samenleving, maar dat is volgens hem geen reden om elk pedagogisch vergezicht te vergeten.

Aanslagen
De mening van De Winter wordt onderstreept door Marcel van Herpen, één van de initiatiefnemers van de goedbezochte website HetKind.org en auteur van het boek Ik de leraar. Hij legde zelfs een verband tussen radicaliserende jongeren en de manier waarop zij opgevoed zijn. Van Herpen stelt volgens Erkens dat kinderen die radicaliseren, 'ontkoppeld' zijn. Dat het leraren, ouders en coaches niet gelukt is om een verbinding met deze kinderen aan te gaan. Want, schrijft hij: 'Wanneer een kind de verbondenheid voelt tot zijn ouders, coaches en leraren, dan komt er ook verbondenheid tot zichzelf en kan het in morele zin de juiste keuzes gaan maken.' Na alles dat Erkens heeft gelezen over het belang van warme relaties tussen kind en opvoeders, denkt ze dat diep-emotionele wederzijdse betrokkenheid weleens een heel belangrijk middel kan zijn om sociale en politieke misstanden te verminderen.

Gevaren van niet veilige hechting
Kinderen van ouders/verzorgers die niet in staat zijn geweest om gevoelig (genoeg) te reageren op de signalen die hun kind afgeeft en het moeilijk vonden om op een gezonde manier de zelfstandigheid van hun kind te bevorderen, kunnen volgens Erkens last krijgen van de manier waarop ze 'beïndrukt' zijn. Nog opmerkelijker vindt zij het als professionele opvoeders niet handelen naar de kennis die er is over hechting. Als voorbeeld noemt ze het filmpje van ontwikkelingspsycholoog Steven Pont waarin duidelijk te zien is dat een kind amper nog contact maakt nadat de coach niet ontvankelijk reageerde op de gevoelens die het kort daarvoor uitte.

Waarom doen we er niets aan?
Volgens Erkens zijn er meerdere redenen waarom (professionele) opvoeders er niet meer moeite voor doen een emotionele band met kinderen op te bouwen.
1. Allereerst heeft dit te maken met de manier waarop ze zelf 'beïndrukt' zijn. Dit wordt, zoals uit onderzoek blijkt, in de meeste gevallen van generatie op generatie doorgegeven.
2. Een gebrekkig emotioneel contact tussen kinderen en opvoeders kan ook te maken hebben met een misinterpretatie van de aard van de relatie. Zo lachen sommige kinderen uit verlegenheid en kan een docent of coach ten onrechte denken dat het wel goed zit met de relatie.
3. Wat het opbouwen van een veilige gehechtheidsrelatie ook in de weg staat, is volgens haar dat de handelingen die nodig zijn om zo'n band op te bouwen heel moeilijk te meten zijn. En wat niet direct meetbaar is, telt meestal niet. Leerkrachten en crècheleidsters die Erkens spreekt, weten vaak heel goed dat kinderen pas echt tot bloei komen als ze zich veilig en gezien voelen. Maar groepen zijn soms erg groot en de meetbare en praktische taken gaan altijd voor.

Niet meetbaar, maar wel effectief
Marilse Erkens noemt het tot slot opvallend dat juist die niet-meetbare investering in een relatie op de lange duur wél tot meetbare effecten leidt. Een belangrijk voorbeeld vindt zij de stichting Herstelling, een werkervarings- en socialisatieplek voor jongeren met 'onvoldoende sociale vaardigheden en een complexe meervoudige problematiek.' Zij kregen daar les van werkmeesters met veel ervaring die er alles aan deden om een vertrouwensband op te bouwen. Op die manier kregen ze jongeren met veelal een crimineel verleden toch weer enigszins op de rails. Opvoeding en ontwikkeling van jonge kinderen wordt volgens haar ten onrechte afgeschilderd als een soft vrouwenonderwerp. Artikelen hierover belanden al snel in het katern 'Vrouw' van De Telegraaf, in de sectie 'Motherlode' van The New York Times of in zoet opgemaakte opvoedtijdschriften waar systematisch in verkleinwoorden wordt gepraat. Zonde volgens haar, want in de woorden van Van Herpen: 'Het pedagogische is niet soft. Vertrouwen is niet soft. Hechte relaties zijn niet soft. Het is ons tegenwicht tegen buitensluiting. En buitensluiting kan dodelijk zijn.'

Bron: De Correspondent. Klik hier voor een volledige weergave van het artikel.